Nachtvorst en scheuten dunnen, de overgang naar het voorjaar! 

Nachtvorst
Rond 22 en 23 april was het weer raak, bijna in heel Nederland kwam nachtvorst voor en ook niet volgens het te verwachte patroon, vorst in het noorden en het oosten. Niet extreem, maar wel net genoeg om de blaadjes van sommige stokken bruin te laten kleuren. Vooral muscaris is daar erg gevoelig voor en als de bloemen bevroren zijn, heb je minder opbrengst. De secundaire ogen geven namelijk geen trossen. Bij solaris is dat wel het geval en is de schade meestal vrij beperkt. Ook jonge stokken die nog laag bij de grond stonden (teruggesnoeid op een paar ogen b.v.) zijn flink geraakt. Hier lag de temperatuur nog wat lager.

Opvallen was ook dat lage planten met kokers meer last hadden gehad dan planten met gaasnetjes. In de koker heb je stilstaande lucht en dat werkt negatief. Wellicht verstandig om bij gevaar voor nachtvorst de kokers tijdelijk weg te halen en de konijnen vermanend toe te spreken dat ze hier geen misbruik van moeten maken.

Knip de bevroren bladeren en scheutjes na een aantal dagen voorzichtig weg. Dan is goed te zien wat verloren is gegaan en wat niet. Je stimuleert dan het uitlopen van nieuwe scheutjes zodat de plant vlot verder groeit.
De komende tijd bestaat er theoretisch nog kans op nachtvorst maar de vooruitzichten zijn goed.

Scheuten dunnen
In mei gaan we weer scheuten dunnen. Meestal zit er te veel op de bogen en de stiften. Bij Guyot verwijder je meestal de scheutjes die aan de onderkant groeien, tenminste als er genoeg op de ligger staan.

Bij de zachte cordonsnoei heb je ook veel kroonogen die uitlopen, zie de foto. Breek de scheutjes niet te laat weg, liefst voordat ze ca. 10 cm lang zijn. Dan kan je goed onderscheid maken tussen wat weg moet en wat mag blijven.

Scheuten die te lang zijn blijven staan, kan je beter met een oogstschaartje wegknippen om te grote wonden te vermijden. Bij dubbelscheuten is het ook opletten geblazen. Soms zijn deze twee redelijk gelijkwaardig en staan ze samen in een soort bedding. De secundaire wegbreken, geeft dan een soort kuiltje naast de primaire scheut waardoor die bij harde wind instabiel kan worden en misschien afbreekt.

Het tijdig dunnen van de scheuten geeft meer lucht en licht in de loofwand. Dat lijkt nu nog niet zo nodig maar over een maand of twee is het één dichte muur van blad als je niet gedund hebt. Dit is uiteraard ras afhankelijk, sommige rassen groeien nu eenmaal vrij rustig, johanniter is daar een mooi voorbeeld van.

Scheuten die op de stam verschijnen breken we ook weg, behalve als je wilt ombouwen naar de zachte snoei bij Guyot. Dan kan je deze scheuten goed gebruiken voor het creëren van nieuwe uitgangen om de oude kop op den duur overbodig te maken. Die heeft inmiddels zoveel snoeiwonden dat er soms voor de sapstroom geen doorkomen meer aan is.

Binnenkort verschijnt de tweede druk van het boek Zachte Snoei, aangevuld met 40 pagina’s praktijkvoorbeelden waarin dit allemaal illustratief beschreven wordt.