Wijnbouw Tip van Piet

De start van een nieuwe druivenplant

Nieuwe wijnstokken worden tot kort voor de aanplant in de koelcel bij de veredelaar bewaard bij een temperatuur van ca. 4 °C. Gedurende het transport naar de klant warmen ze langzaam op naar een normale temperatuur. Belangrijk is om de wijnstokken 2 dagen voor het planten te laten “drinken” om de cellen en de vaatbundels vol met water te laten zuigen. Dat kan prima in een speciekuip of iets dergelijks.

Dit volzuigen geeft later minder uitval (meestal minder dan 1 %), bovendien groeien de planten beter. Mocht de aanplant uitgesteld worden, ververs dan om de 2 dagen het water. Anders kunnen de wortels door zuurstofgebrek gaan rotten. Meestal wordt geplant tussen half april en half mei. Later planten kan, maar dit geeft ook weer meer uitval. Dit heeft te maken met een drogere bodem zodat het aanslaan van de plant moeilijker verloopt. Op vorstgevoelige plekken plant je liefst niet voor mei. De scheuten hebben ca. 2 weken nodig om echt uit te lopen, en dan is het gevaar voor nachtvorst voorbij.

Voor de aanplant is het handig om de wortels tot ca. 10 cm (of korter indien nodig) terug te knippen, dit stimuleert een vlotte aangroei van haarwortels en die nemen het voedsel op. Let er ook op hoe je de plant in de rij plaatst, zeker bij meerjarige stokken. Dit zijn stokken die niet direct verkocht zijn en een jaartje langer bij de veredelaar op het veld hebben gestaan. Probeer de zichtbare ogen in de richting van de rij te zetten, dan heb je de grootste kans dat de ogen op de latere stam dit ook doen. En dat is vooral van belang bij de opbouw van de stok; denk aan de zachte snoei met twee uitgangen links en rechts.

De entplek wordt ca. 5 cm boven het maaiveld gehouden. Het slapend oog op de onderstam kan dan niet uitlopen. Die is bij de veredelaar wel weggekrast, maar dat gebeurt niet altijd voor 100 %.

Uitbottende Muscaris
Gebruik je groeikokers voor wildvraat, pas dan typen toe die kunnen ventileren. In gesloten kokers loopt de temperatuur erg op en het wordt vochtiger. In het algemeen moet de jonge aanplant goed natgehouden worden, meermaals gieten is meer regel dan uitzondering geworden. Het wortelstelsel is nog onvoldoende ontwikkeld en heeft onze hulp hard nodig.
Houd na het uitlopen 2 of 3 scheuten aan die zo mooi mogelijk in de sapstroom zitten en bind die vast aan de plantstaaf. De plant moet nog investeren in het wortelstelsel en de energie die daarvoor nodig is, moet van de bladeren komen. Een enkele scheut is dan niet voldoende. Later kies je dan de meest geschikte scheut voor de stam bij een goede groei. Maar meestal ben je genoodzaakt om in de eerste winter terug te snoeien op 2 ogen omdat de scheut nog niet goed ontwikkeld is, dit geldt zeker voor kleigrond.

Piet van Rijsingen

www.wijnbouwschool.nl