Druivensoorten

Klassieke druivensoorten

Nog niet zolang geleden probeerden de grotere wijngaarden in Nederland succes te halen met voornamelijk de klassieke druivensoorten zoals de Riesling, Auxerrois of Pinot Gris. Deze aanplant kwam je vooral in Zuid-Nederland tegen. Het verklaart deels ook waarom veel mensen nog steeds denken dat Nederwijnen vooral uit Limburg komen. In deze provincie werden ook goede resultaten behaald. Het nadeel van de klassieke rassen is dat ze later rijp zijn en dat er meer aan gewasbescherming gedaan moet worden.

Nieuwe druivensoorten

Het zijn vooral de nieuwe druivenrassen geweest die de wijnbouw in Nederland sterk hebben doen groeien. Het zijn rassen die over het algemeen vroeger rijp zijn Door de vroegrijpheid heeft de wijnbouw zich naar het noorden uitgebreid. Onder andere naar Gelderland, Overijssel, Noord-Holland en zelfs Groningen. Dankzij de meeldauw tolerantie hoeft men veel minder te spuiten. Biologische wijnbouw is hiermee veel beter mogelijk geworden. Mede dankzij slim gebruik van ondergroei kunnen we uitstekende resultaten behalen.