Column

De ultieme lakmoesproef

Nadat ik in 1996 mijn vinologendiploma haalde, hoor ik het vaak aan proeftafels: “Leuk, zo’n Nederlandse wijn, maar het smaakt nou niet écht herkenbaar!” De wijnbouw in de Lage landen stond nog in de kinderschoenen en we hadden nauwelijks smaakervaring met de nieuwe druivenvarieteiten.

Ruim een kwart eeuw geleden pikte ik mijn collega en vriend Ian d’Agata — de Italiaanse wijnschrijver — op voor een roadtrip door de Achterhoek. Ik wilde hem dolgraag laten proeven wat we hier aan het pionieren waren. Ian, die destijds zijn artsenjas net had verruild voor het proefglas, bekeek onze stokken met de klinische precisie van een chirurg en de passie van een rasechte ampelograaf. Hij vatte het destijds scherp samen: de grootste fout die een wijnregio of een wijngaardenier kan maken, is proberen te kopiëren wat al bestaat. Als je een druif dwingt om ergens te groeien waar hij genetisch eigenlijk niet thuishoort, krijg je een zielloze coverband.

Ons klimaat en Noord-Europese klei, mergel en zandgronden vragen om hun eigen helden. En die helden zijn er. Alleen heten ze geen Sauvignon Blanc, maar Johanniter , Regent of Souvignier Gris. Zelfs Jancis Robinson, de absolute Koningin van de internationale wijnschrijverij, steekt haar bewondering inmiddels niet meer onder stoelen of banken; zij heeft een opvallend hoge pet op van de kwaliteit die momenteel in Nederland en België uit de grond gestampt wordt. Waarom lopen wijnliefhebbers dan soms nog achter de feiten aan?

Nieuwe druivenrassen

Waarom blinken de Lage Landen uit? Dat heeft o.a. te maken met onze koele nachten en het gematigde maritieme klimaat, de ondertussen al aardig oude wijnstokken en de toegenomen kennis van wijnmaken. Daarnaast zijn de nieuwe druivenrassen gezegend met een afweersysteem voor slechte omstandigheden en een dikke schil. Die schil beschermt ze niet alleen tegen een onverwachte plensbui, maar zit ook boordevol fenolen en aromatische precursoren.

Tijdens ons lange, trage groeiseizoen (al hield de oogst van 2026 van opschieten), behouden deze druiven hun levendige appelzuren, terwijl de suikers zich heel geleidelijk opbouwen. Het resultaat in je glas? Geen zware alcoholbom die je smaakpapillen lamlegt, maar een ragfijne, haast nerveuze spanning. Een aromatische gelaagdheid die je in warmere oorden simpelweg niet kunt nabootsen. Of die druiven nu in de Achterhoekse klei staan, of op de Friese zandgronden waar de koude noordenwind de zuren nóg strakker en zilter trekt — dit is geen foutje van de natuur. Dit is pure terroir-expressie van het hoogste niveau.

Geen gekleurde bril

Het is dan ook geen toeval dat toonaangevende wijnbladen de laatste jaren volop de spotlights op eigen bodem zetten. Perswijn vergelijkt onze vaderlandse flessen allang niet meer met een milde ‘gekleurde bril’ op; ze leggen ze gewoon naast de internationale meetlat en delen vette punten uit. En ook Winelife wijdt de ene na de andere pagina aan de verrassend frisse, loepzuivere stijl die perfect aansluit bij de moderne wijndrinker. Als de kritische vakjury’s om zijn, waarom gedragen we ons in de horeca dan soms nog steeds als het verlegen stiefkindje op het internationale wijnbal? Waarom presenteren sommeliers deze flessen te vaak met een disclaimer? “Hij is best lekker voor een Nederlandse wijn.” Wat een onzin. Een top-Aglianico uit Campanië verontschuldigt zich toch ook niet omdat hij niet naar een Barolo smaakt?

De smaak van de Lage Landen is autonoom. Het is de strakke mineraliteit uit de Belgische en Limburgse mergel, diepe gelaagdheid uit het oosten, én die knisperende frisheid uit het hoge noorden. Juist nu de bewuste wijndrinker en de topgastronomie snakken naar doordrinkbare wijnen met minder alcohol en meer fraîcheur, zitten we hier op goud. Van Friesland tot Vlaanderen.

Naar de proeftafel

Op 24 oktober wordt het Wijnfestival van de Lage Landen georganiseerd in de Koepelhal in Tilburg. Dat is de plek waar deze lakmoesproef pas écht plaatsvindt. Dé plek voor liefhebbers en professional’s om de oogkleppen definitief af te zetten. De Belgische en Nederlandse wijngaardeniers zetten hun flessen daar pontificaal op tafel. Zonder franje, zonder valse bescheidenheid.

Dus, beste wijnliefhebbers, sommeliers en winkeliers: koester die eigenwijze wijnen. Ontdek de unieke genetica van deze nieuwe druivenrassen. De smaak van de Lage Landen is geen kopie, het is het origineel. En het is verdomd lekker. Kom het zelf maar controleren.

Over de auteur: Janna Rijpma-Meppelink
Janna Rijpma-Meppelink is register-vinoloog (sinds 1996), gerenommeerd journalist en wijnschrijver. Ze schreef diverse boeken, waaronder de baanbrekende gids 'JANNA, de wijngids alleen voor vrouwen'. Na een eerdere carrière als tv-producent...
Meer over:
Column
Deel dit bericht: WhatsApp Facebook

Gerelateerd

Wijn en Wijngaard nieuwsbrief

Nieuwsbrief Elke twee weken berichten over wijnbouw in Nederland en Vlaanderen per e-mail.