Franse wijnbouwers kunnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen flink terugdringen zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de druivenopbrengst. Dat blijkt uit een tweejarig praktijkonderzoek onder negentien wijnbouwers in Zuidwest-Frankrijk. Met een aangepaste spuitstrategie daalde de behandelfrequentie met gemiddeld 42,2 procent ten opzichte van een Franse milieureferentie.
Onderzoekers volgden in 2021 en 2022 negentien wijnbouwers in de wijnregio’s Cahors, Fronton en Gaillac. Twaalf deelnemers werkten gangbaar en zeven biologisch. Op een deel van hun wijngaard pasten ze een aangepaste gewasbeschermingsstrategie toe. Op het andere deel werkten ze volgens hun gebruikelijke methode.
De onderzoekers vergeleken vier strategieën. Bij geïntegreerde gewasbescherming daalde de behandelfrequentie-index met gemiddeld 32,1 procent ten opzichte van de Franse referentie voor de certificering Haute Valeur Environnementale (HVE). Bij een strategie die gericht was op wijn zonder aantoonbare residuen van gewasbeschermingsmiddelen, bedroeg de daling 42,2 procent. Vergeleken met de gebruikelijke werkwijze van de deelnemende wijnbouwers waren de dalingen respectievelijk 17,9 en 29,7 procent.
De vermindering werd vooral bereikt door gerichter fungiciden toe te passen. Daarbij gebruikten de wijnbouwers beslissingsondersteunende software om het juiste spuitmoment te bepalen. Ook vervingen ze een deel van de gangbare fungiciden door biologische bestrijdingsmiddelen.
Alleen biologische middelen
Een strategie waarbij uitsluitend biologische bestrijdingsmiddelen en plantenextracten werden toegepast, leverde de grootste vermindering op. De behandelfrequentie-index daalde met 87,8 procent ten opzichte van de milieureferentie. Deze aanpak bleek echter minder betrouwbaar. De bestrijding van schimmelziekten was onvoldoende, waardoor opbrengstverliezen ontstonden.
De biologische wijnbouwers testten daarnaast een strategie waarbij ze maximaal 2 kg koper per hectare per jaar mochten gebruiken. Ook daarmee konden ze het kopergebruik verminderen zonder grote opbrengstverliezen.
De onderzoekers benadrukken dat de resultaten betrekking hebben op twee groeiseizoenen met uiteenlopende weersomstandigheden. In 2021 was het relatief nat, waardoor de druk van valse meeldauw en zwartrot hoog was. Het jaar daarop was het warmer en droger. Volgens de onderzoekers zijn meer praktijkproeven nodig voordat de strategieën op grotere schaal kunnen worden aanbevolen.
Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift OENO One.






