Consumenten lijken weinig moeite te hebben met de afwijkende kleur van wijn die is gemaakt van hybride, ziektebestendige druivenrassen. Dat blijkt uit onderzoek van Cornell AgriTech en de Université Bourgogne Europe in Dijon.
De onderzoekers lieten 82 regelmatige rodewijndrinkers acht commerciële rode wijnen beoordelen. Vijf daarvan waren gemaakt van hybride druivenrassen uit verschillende Amerikaanse staten. Daarnaast proefden de deelnemers pinot noir uit Bourgogne, Oregon en de Finger Lakes. De proefpersonen wisten niet van welke druivenrassen de wijnen waren gemaakt.
Deelnemers beoordeelden eerst alleen het uiterlijk en vervolgens, na het proeven, de wijn als geheel. Lichtere wijnen en wijnen met meer gele en bruine tinten werden visueel minder gewaardeerd. Toch bleek de kleur maar weinig te zeggen over de uiteindelijke waardering. De relatie tussen de waardering van het uiterlijk en de totale waardering verklaarde slechts ongeveer 8 procent van de verschillen tussen de beoordelingen.
Volgens de onderzoekers zijn smaak en aroma daarmee veel bepalender voor de beoordeling dan de kleur. Sommige hybride wijnen scoorden bovendien qua uiterlijk net zo goed als pinot noir. Zo behaalde wijn van het hybride ras St. Croix samen met een pinot noir uit Bourgogne de hoogste score voor het uiterlijk.
Hybride druivenrassen bevatten andere kleurstoffen dan traditionele Vitis vinifera-rassen. Daardoor bestond binnen de wijnsector de vrees dat consumenten de kleur van deze wijnen minder aantrekkelijk zouden vinden. Volgens de onderzoekers geven de resultaten wijnbouwers en veredelaars weinig reden om zich daar grote zorgen over te maken.






